blogpost

Het dilemma van de egel: niet te veraf, niet te dichtbij

een groep egels zoekt warmte bij elkaar

Ben jij introvert of extravert?
Die vraag duikt geregeld op. Tijdens een training, onder de lunch met collega’s of bij een sollicitatie.
En eerlijk? Ik moet daar zelf vaak even over nadenken. Net als veel mensen pas ik niet netjes in één hokje. We zijn niet uitsluitend stil en teruggetrokken, maar staan ook niet constant ‘aan’ en hebben ook geen permanente nood om met anderen te babbelen. Veel mensen bewegen ergens tussen die twee labels in. Een combinatie van beide. Dat is waar het begrip ‘ambiversie’ om de hoek komt kijken.

En daar komt het dilemma van de egel binnengewandeld. In 1851 gebruikte Arthur Schopenhauer dit beeld om iets fundamenteels over menselijke relaties onder de aandacht te brengen. Stel je een groep egels voor in een ijskoude winter. Om niet dood te vriezen kruipen ze dichter bij elkaar. De warmte van de ander is letterlijk een kwestie van leven of dood.

Maar zodra ze te dicht bij elkaar komen, steken ze elkaar met hun stekels. Wat hen redt, doet tegelijk pijn. Dus schuiven ze weer uit elkaar. Alleen wordt het dan opnieuw koud. Hun uitdaging? De juiste afstand vinden. Niet te veraf. Niet te dichtbij.

Herkenbaar?

Een man wil een vrouw aanraken. De vrouw trekt zich weg.

Dat egelverhaal is geen dierendocumentaire. Het is een metafoor voor ons allemaal. We verlangen naar verbinding, nabijheid, liefde, erkenning. We willen warmte. Maar tegelijk vrezen we kwetsbaarheid, afwijzing en emotionele pijn. We hébben stekels. Sigmund Freud gebruikte het beeld van de egel ook in zijn studie van de psychoanalyse. ‘Afweermechanismen’, noemde hij die. Strategieën om niet opnieuw gekwetst te worden. Een kind dat denkt: “Als ik te dicht bij mijn vader sta, doet hij me pijn. Maar als ik te ver weg blijf, blijf ik in de kou staan.”


Dat spanningsveld verdwijnt niet wanneer we volwassen worden. Het is geen mazelen of windpokken waar je even doorheen moet om er daarna immuun voor te zijn. Ook als volwassene kan te veel nabijheid verstikkend worden. Maar te veel afstand is evenmin ideaal. Dan sluipen verdriet, isolement en eenzaamheid binnen. Het gaat niet alleen om fysieke ruimte, maar ook om emotionele ruimte. Kunnen we dichtbij zijn zonder elkaar te verwonden wanneer onze stekels omhoogschieten? Kunnen we afstand nemen zonder ons verlaten te voelen of de verbinding door te knippen? Geen eenvoudige oefening.


De mens is een sociaal dier. We verlangen naar warmte, vriendschap, liefde, intimiteit en verbondenheid. Maar wie nabijheid zoekt, neemt ook een risico. Intimiteit opent de deur naar gekwetst worden, naar teleurstelling, naar verraad of verlatenheid. Dus doen we wat mensen al eeuwen doen: we beschermen ons. We nemen afstand. Zeker wanneer oude wonden ons wantrouwig hebben gemaakt. Alleen schieten we daarin soms door. We trekken muren op om geen pijn meer te voelen — maar sluiten onszelf daarmee op in isolement.

Welke richting je ook kiest — dichterbij of verderaf — er zit altijd risico op. Warmte kan prikken. Afstand kan koud zijn. En precies in dat spanningsveld spelen onze relaties zich af.

Een man maakt ruzie met een vrouw. De vrouw verbergt haar gezicht achter haar hand.

Dé juiste afstand bestaat niet

Wat het extra ingewikkeld maakt? Jouw ideale afstand is niet die van de ander. In een relatie bijvoorbeeld: partner A heeft dagelijks tijd alleen nodig om op te laden, vanuit een behoefte aan autonomie. Terwijl partner B dat afstandelijkheid noemt. Want die voelt zich pas veilig wanneer ze veel samen zijn.



Wie heeft gelijk? Geen van beiden. Want het gaat niet om gelijk willen hebben, maar om te streven naar een consensus dat beiden gelukkig maakt. De enige weg daar naartoe is communicatie. Zeg wat je nodig hebt. Zeg het op tijd. Zeg het zonder verwijt. “Ik heb ruimte nodig om mij goed te voelen.”

“Ik heb meer contact nodig om me verbonden te voelen.”



Durf ook tegen je ouders te zeggen dat dagelijkse telefoontjes voor jou verstikkend zijn. Of net het omgekeerde: als ze maar één keer per jaar bellen, neem zelf het initiatief en geef aan dat je behoefte hebt aan meer contact.

Mijn ervaring? Wanneer je eerlijk uitspreekt wat je voelt en nodig hebt, wordt de ander vaak milder dan je verwacht. Dat vraagt moed. Absoluut. Maar zwijgen en hopen dat de ander je gedachten kan lezen, werkt zelden.

Wanneer je helder communiceert over je behoeften, geef je de ander ruimte om hetzelfde te doen. Respecteer je elkaars grenzen, dan groeit de kans op een modus vivendi waarin jullie beiden krijgen wat jullie nodig hebben. Daar ontstaat emotionele volwassenheid. Niet in het vermijden van spanning, maar in het hanteren ervan.

een man en vrouw maken oogcontact met elkaar en hebben verbinding.

Wanneer afstand nemen zelfzorg wordt

Soms voel je dat bepaalde relaties beginnen te wringen. Waarden schuiven uit elkaar. Wat ooit vanzelf ging, vraagt steeds meer inspanning. Contact kost meer energie dan het oplevert. Blijf je dat gevoel negeren, dan kunnen gewone sociale contacten langzaam kantelen naar giftige vriendschappen of disfunctionele relaties. Wat begon als verbondenheid wordt een bron van spanning.


Familiebanden worden vaak gezien als vanzelfsprekende bronnen van steun en rust. Maar ook daar geldt: wanneer een relatie structureel pijn doet, is afstand nemen geen verraad. Het is evenmin egoïsme. Het is zelfbescherming. Blijven hangen uit loyaliteit, gewoonte of schuldgevoel klinkt nobel, maar is het zelden. Het is als een zweer die onderhuids blijft etteren.


De Amerikaanse stressonderzoeker Tony W. Buchanan benadrukt dat sociale interacties fundamenteel zijn voor ons welzijn — maar dat ze ook een bron van schade kunnen worden wanneer ze chronisch stressvol zijn. Vroege negatieve ervaringen, zoals kindermishandeling, kunnen het stressresponssysteem van de hersenen zodanig beïnvloeden dat zelfs ogenschijnlijk onschuldige situaties later intense stress oproepen. Hyperwaakzaamheid verandert een normale sociale interactie in een stressvolle gebeurtenis.

jongeren op een bus zijn druk bezig met hun smartphone. Een jongen zit alleen en zoekt contact met de anderen die geen oog voor hem hebben.

Altijd verbonden, zelden verbinding

Ook onze digitale leefwereld is minder onschuldig dan ze lijkt. Meldingen, berichten, likes, stories. We leven in permanente connectie. Paradoxaal genoeg voelen steeds meer mensen zich eenzaam.

Intensief gebruik van sociale media blijkt samen te hangen met gevoelens van sociale isolatie. In een grootschalige studie van de University of Pittsburgh bij bijna 1.800 jonge volwassenen werd een duidelijk verband gevonden tussen veel tijd op sociale platforms en een sterker gevoel van geïsoleerd zijn. Deelnemers die het meest actief waren op sociale media rapporteerden significant meer ervaren sociale isolatie dan wie deze platforms minder frequent gebruikte.

We zijn sociale wezens die snakken naar verbinding. Maar de manier waarop we vandaag leven duwt ons vaker uit elkaar dan ze ons samenbrengt. Veel nabijheid. Weinig echte warmte.

De kunst van het aftasten

De juiste afstand is geen vaste plek. Het is een dynamisch evenwicht. Net als egels moeten wij blijven aftasten. Een beetje dichter. Een beetje verder. Testen. Bijsturen. Spreken. Luisteren.



Niet te veraf. Niet te dichtbij. De juiste afstand om warm warme te houden zonder elkaar te verwonden.

Gilles Delvaulx - spreker, trainer, coach bij Imboorling

Gilles Delvaulx

Na een theateropleiding aan de Kleine Academie, dook Gilles Delvaulx in 1996 in het bruisende acteursleven. Hij speelde tien jaar lang bij ‘Théâtre des Zygomars’ en specialiseerde zich later in het schrijven en spelen van sketches voor Plug TV. Ook speelt Gilles improvisatievoorstellingen in het Frans, Nederlands en Engels. Sinds 2008 begeleidt hij trainingen en coachings rond verbindende communicatie, conflicthantering, klantgerichtheid en spreken voor een publiek. In 2019 mocht hij de prijs van ‘best lecturer’ van de Febelfin Academy aan zijn palmares toevoegen. Sinds 2020 is hij welzijnscoach op de ochtendshow ‘le 6-8’ op la Une, RTBF.